Begin volgend jaar verschijnt het eerste solo album van Miles Kane, voormalig frontman van The Rascals en vooral bekend als wederhelft van Alex Turner in The Last Shadow Puppets.
Inhaler is de eerste single en klinkt eigenlijk precies als een combinatie van beide bands. Ook hier heeft Kane zich laten beinvloeden door de jaren 60, specifieker gezegd, Inhaler is een remake (of ode aan, zo je wilt) van het nummer Mother Nature Father Earth van 60's garage-psychedelica band The Music Machine. Het is nog niet duidelijk hoe Kane's album gaat heten of wat de exacte releasedatum is, wel is bekend dat niemand minder dan Noel Gallagher gastvocalen levert op het nummer 'My Fantasy'. Als tegenprestatie speelt Kane mee op het lang verwachte solo album van Gallagher, dat ergens diep in 2011 zou moeten uitkomen.
Miles Kane - Inhaler
De officiele video van Inhaler vind je hier (live at MOJO-Liverpool) Het nummer Mother Nature Father Earth van The Music Machine vind je hier ...LEES HIER VERDER...
The Boxer Rebellion is typisch zo'n band met een lange adem en een hoge gun factor. Gisteravond stonden ze in de uitverkochte bovenzaal van Paradiso en lieten ze zien dat ze eigenlijk een maatje te groot zijn voor deze zaal.
Sinds 2003 timmert The Boxer Rebellion aan de weg met goed in het gehoor liggende, galmend sferische shoegazerock met de nodige hitpotentie. Een sound die zich beter leent voor de grote stadions dan de intieme setting van Paradiso. Jarenlang echter werd de Londonse band geplaagd door botte pech. Het begon veelbelovend in 2003 toen ze getekend werden door legendarische platenbaas Alan McGee (Oasis, Primal Scream, Libertines) en er een tour met The Killers werd gepland. Maar Zanger Nathan Nicholson werd ernstig ziek, de tour werd gecancelled en twee weken na het verschijnen van debuutalbum Exits in 2005 ging het label van McGee zielloos ten onder.
Sindsdien brengt The Rebellion materiaal in eigen beheer uit en grijpen ze elke gelegenheid aan om te spelen. Gisteravond stond er een geoliede, hardwerkende en strakke band op het podium, die misschien nog wat meer eigen karakter moet ontwikkelen, met name in de interactie met het publiek maar verder klaar is voor de grotere zalen.
In februari verschijnt hun derde plaat A Cold Still en de preview gisteravond van oa de nummers Step Out Of the Car en The Runner klonk veelbelovend. Zou dit dan de verdiende doorbraak betekenen?
Vandaag lanceert Beady Eye, de nieuwe band van Liam Gallagher hun eerste gratis downloadtrack. Ha, de nieuwe band van Liam.. dat is natuurlijk gewoon Oasis. Maar dan zonder gitarist en hofleverancier van britpophits Noel Gallagher, die na de zoveelste ruzie met broer lief, zijn kapotgeslagen gitaar aan de wilgen hing.
En terwijl Noel voorlopig de brave huisvader uithangt en sport-programma's presenteert met komiek Russel Brand, hebben Liam en zijn Oasis-maatjes topproducer Steve Lillywhite gestrikt en werd deze zomer een plaat opgenomen. Hoe klinkt dat? Uiteraard vindt Gallagher zelf dat Beady Eye the next big thing is, maar Bring The Light is vooral een nogal standaard, recht toe recht aan rock 'n roll nummer in de traditie van Jerry Lee Lewis. Niet speciaal iets mis mee maar echt warm lopen we er op de redactie nog niet voor. Misschien u wel. Oordeelt u zelf.
De oude zaal van de Melkweg is goed gevuld voor singer/songwriter Jon Allen. Zijn debuutplaat Dead Mans Suit kwam begin dit jaar in Nederland uit en single 'In Your Light' heeft flink wat airplay gekregen. Vanavond speelt hij bijna het hele album aangevuld met wat werk van een eerdere EP en een voorproefje van zijn nieuwe cd die volgend voorjaar uitkomt.
Allen is het type natuurlijke performer; een beetje een troubadour, met akoestische gitaar, corduroy jasje, verwaaid haar en warrig baardje. Hij bezit die kenmerkende ontwapenende Britse charme van bescheidenheid verpakt in humor, wat hem direct de zaal voor zich doet winnen. Dit, tezamen met zijn prachtige hese stemgeluid, maakt het een groot plezier om naar te kijken en luisteren. Hij wordt in de pers veelvuldig vergeleken met een jonge Rod Stewart die dezelfde rafelige emotie bezit, maar invloeden van Bob Dylan en Neil Young zijn ook nooit ver weg. De set begint klein en ingetogen (alleen Allen en gitarist Simon Johnson, die tevens een prachtige tweede stem levert) met een akoestisch setje van Going Home, een Iers aandoend folkliedje dat eerder gebruikt werd in een commercial van Landrover, en countryballad Lay Your Burden Down. Pas bij Take Me To The Heart valt de band in, wat live een stuk indrukwekkender klinkt dan op de plaat. Het gevaar van dit genre is dat teveel akoestische gevoeligheid live vrij snel tot een verzadigpunt komt, maar met Allen's uitstekende band blijft het tempo er lekker in.
Bij Happy Now wordt al voorzichtig meegezongen en als single In Your Light voorbijkomt durft Allen het aan om het publiek een heel refrein te laten zingen. Waarvoor we vervolgens uitgebreid bedankt worden. Vlak voor de encore geeft Jon aan dat hoewel dit het laatste nummer we natuurlijk allemaal wel weten hoe het werkt, maar hij wil ons toch alvast bedanken voor het geval hij onverhoopt geëlektrocuteerd wordt en geen toegift kan spelen. Je weet tenslotte nooit..
Als dan in de encore eindelijk titelsong Dead Mans Suit voorbijkomt, na veelvuldige verzoeken van een man op het balkon, is iedereen tevreden. De show eindigt net zo ingetogen als hij begon met prachtige nieuwe ballad Last Orders. Daarna staat Allen zelf een doosje meegebrachte cd's te verkopen, die veel te snel zijn uitverkocht en loopt de band gewoon door het publiek de apparatuur naar buiten te schuiven. Precies het soort rommelige charme dat past bij deze gloedvolle avond.
Misschien niet zo'n voor de hand liggende samenwerking, die tussen Moke en het Metropole Orkest. Wel eentje die erg goed uitpakt. Vier gezamenlijke studiodagen in februari en een muzikale en persoonlijke klik tussen band en dirigent Jules Buckley leidde tot een verregaande collaboratie.
Als resultaat debuteerde het orkest dit jaar samen met de Amsterdamse rockers op Neerlands grootste festivalpodium Pinkpop (voor Moke de 2e jaargang op rij). Op 15 oktober verschijnt hiervan een live CD/DVD, én aanstaande zaterdag 9 oktober geven band en orkest samen een avondvullende show in de Heineken Music Hall. Voor het Metropole past Moke uitstekend in het programma 'de week van het Metropole' een vorig jaar gestart jaarlijks evenement waarbij het orkest de grenzen tussen klassiek en pop verkend, samen met (inter)nationaal bekende artiesten. Ook voor Moke was de timing perfect. Met het eind vorig jaar verschenen tweede album The Long And Dangerous Sea zette de band een grootser en meer georkestreerd geluid neer, dat zich prima leent voor deze samenwerking.
Het album dat simpelweg Moke + Metropole Orkest heet bevat geen nieuw Moke materiaal. Wel een volledige registratie (zowel op CD als DVD) van de Pinkpop show, behind the scenes materiaal en drie studiotracks. Naast een bewerking van The Emigration Song zijn dat twee mooi uitgevoerde covers; Enjoy The Silence van Depeche Mode en nieuwe single Survive van David Bowie. Luister hieronder naar Survive in de Moke uitvoering en het origineel van Bowie.
Terwijl in New York de hitte langzaam plaats maakt voor een zwoele zomeravond, fietst uw verslaggever Prospect Park binnen, de enorme groene oase van Brooklyn en misschien wel het mooiste park van de stad. The Prospect Park Bandshell is het oudste openlucht podium van New York en programmeert al 32 jaar bands. Vanavond behoort het podium toe aan Brooklyn's eigen The National.
Als de laatste dromerige klanken van support Beach House tussen de bomen verdwijnen worden de picknick-kleedjes opgevouwen en dromt de menigte naar voren. Al bij de eerste klanken van Runaway barst een daverend gejuich los, het is duidelijk dat The National hier een thuiswedstrijd speelt. Bijna alles wordt meegezongen en elke uithaal en beweging van zanger Matt Berninger levert groot enthousiasme op.
Uiteraard ligt het zwaartepunt vanavond op High Violet, het album waarmee de band eindelijk grote internationale erkenning verdienden. Daarnaast spelen ze verrassend veel van Alligator uit 2005, zoals het gevoelige Baby, We'll Be Fine.
Het nummer Slow Show wordt speciaal opgedragen aan Leonard Cohen omdat de bagage van de band in Portugal met die van hem is verwisseld. De gitaren van Cohen durft de bescheiden band niet aan te raken, dus spelen ze vanavond op geleende instrumenten. De band lijkt, ondanks de lange weg die ze hebben afgelegd, nog steeds lichtelijk verbaasd over het recente succes, hoewel Berninger grapt dat ze gelukkig vanavond voor het eerst lopend naar hun optreden konden; zo'n stretchlimo gaat ook vervelen.
Berninger doet zijn karakteristieke schutterige bewegingen, loopt schijnbaar besluiteloos heen en weer over het podium om vervolgens exact getimed een enorme uithaal te produceren zoals in het adembenemende Squalor Victoria. De hoge uithalen zijn niet altijd even zuiver en de lage noten regelmatig mompelend, maar hij zingt zo vol overgave zijn hart uit z'n lijf dat het niet uitmaakt. Deze man zorgt ervoor dat je elk haartje op je lijf afzonderlijk overeind voelt komen tot één grote rilling terwijl het buiten 32 graden is. Wie doet hem dat na?
De band is ogenschijnlijk rommelig maar speelt eigenlijk een zeer geoliede rockshow. Vooral het smerig scheurende Available, gevolgd door de ingehouden Cardinal Song maakt diepe indruk, evenals afsluiter Fake Empire. Er trekt er een voelbare rilling door het park als 5.000 kelen woord voor woord meezingen.
In de toegift pakt de band nog even zwaar uit met Secret Meeting, Mr. November en natuurlijk Terrible Love. Als Berninger vertelt dat dit park zijn favoriete plek is, en vraagt of iedereen die uit Brooklyn komt heel hard wil schreeuwen is het duidelijk. De thuisbasis is trots op hun band, en Brooklyn is mede door The National momenteel dé hofleverancier van uitzonderlijk talent.
Als je als 22-jarige Belgische gevraagd wordt als frontvrouw voor Black Dub, de band van muzikaal genie Daniel Lanois (producer/songwriter voor oa U2, Bob Dylan, Neil Young en Peter Gabriel) dan doe je iets heel erg goed. En dat doet Trixie Whitley. Niet alleen heeft deze Belgisch/Amerikaanse schone een stem waar de soul vanaf spat, ze speelt ook nog eens zeer verdienstelijk drums, keyboard en gitaar.
Whitley groeide op in New York en na een aantal jaren in Belgie keerde ze op haar 17e definitief terug naar Amerika. Ze nam de afgelopen tijd twee EP's op; Strong Blood, geproduceerd door Meshell Ndegeocello (2008) en The Engine (2009).
Samen met Black Dub bracht ze onlangs de single I'd Rather Go Blind uit. Het eerste Black Dub album was gepland voor einde dit jaar maar is uitgesteld tot nader order nadat Daniel Lanois betrokken raakte bij een ernstig motorongeluk. Ook de geplande tour werd afgelast. Whitley heeft ondertussen een nieuwe gelegenheidsband om zich heen verzameld waarmee ze onder haar eigen naam optreedt totdat Black Dub weer up and running is.
Voor wie toevallig in New York verblijft deze zomer; aanstaande maandag is ze te bewonderen in The Rockwood Music Hall (Lower East Side).
Dat Vlaanderen excelleert in prachtige muziek bepleitte ASP collega Peter onlangs al bij het aanprijzen van Marble Sounds. En hoewel de ogen van indieminnend Belgie en Nederland vooral gericht zijn op Vlaanderen doet ook Wallonie een stevige duit in de zak met het onlangs verschenen 'Tragic Tales Of A Genius'. Een pop-opera gebaseerd op het leven van Brian Wilson, van de Luikse band My Little Cheap Dictaphone (tegenwoordig kortweg MLDC).
Een pop-opera? Jawel, en vergeet direct de associatie met pompeuze jaren '70 conceptrockers want dit is andere kost. Rijk georkestreerd dat wel, maar bombastisch of sentimenteel wordt de plaat nergens. Tragic Tales Of a Genius is muzikaal gezien eerder schatplichtig aan Mercury Rev, Elbow, Flaming Lips en een vleugje Oasis en Coldplay. Het album verhaalt over het getormenteerde bestaan van het muzikale genie, geplaagd door innerlijke demonen, eenzaamheid en een beroerde jeugd, altijd op zoek naar verlichting in de muziek. Naast het leven van Brian Wilson haalde MLDC ook inspiratie uit de biografien van Tom Waits en Johnny Cash.
Voor single What Are You Waiting For wist de band niemand minder dan Jonathan Donahue van Mercury Rev te strikken voor een vocale gastbijdrage. Bekijk hieronder de schitterend geanimeerde cinema-noir clip.