Posts tonen met het label ALBUM REVIEWS. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ALBUM REVIEWS. Alle posts tonen

zondag 9 augustus 2009

REVEREND & THE MAKERS STERK TERUG

Twee jaar na debuut The State Of Things zijn Reverend Jon McClure en The Makers terug met opvolger A French Kiss In The Chaos. Voor liefhebbers van de catchy indiedance van het eerste album is het wel even wennen. De band heeft alle electronica de studio uitgeschoven en het zwaartepunt verlegd naar britpop met een schepje madchester, wat een weidser geluid oplevert, meer orkestraties en een licht psychedelisch sausje. Met dit tweede album wordt de indiedansvloer misschien niet opnieuw veroverd, maar A French Kiss In The Chaos heeft mij verrast. Het is een sterke, consistente en volwassen plaat.

Dat deze nieuwe ontwikkeling ten goede komt aan het stemgeluid van Jon McClure is het eerste wat opvalt. Zonder alle electronica komt zijn stem beter tot z'n recht en hij heeft duidelijk de Noord-Britse backcatalogue er nog eens op nageslagen; harmonieuze samenzang en een typisch Britse sneer. Inhoudelijk is er weinig veranderd overigens, preken kan The Rev nog steeds. En dat doet hij dan ook allround en onvermoeibaar; consumentisme, farmaceutische industrie, maatschappij, milieu en wapenindustrie; het komt allemaal voorbij.

Silence Is Talking is een ouderwets sterke albumopener met een sferisch gitaarintro waar The Verve zich niet voor geschaamd zou hebben, sitar, zompig baslijntje en baggy beat. Heel andere koek dus. Dit wordt gevolgd door Hidden Persuaders, een netjes in elkaar gezet, maar beetje doorsnee britpopliedje met akoestische gitaar en puntige boodschap.
No Wood Just Trees lijkt met de uptempo beat nog het meest op het oudere werk, hoewel ook hier de baggy feel aanwezig is en McClure goed op Tom Meighan (Kasabian) heeft gelet. In Professor Pickles wordt overgeschakeld op een driekwartsmaat en een bataljon blazers, gevolgd door de indrukwekkende pianoballad Long Long Time. McClure klinkt hier op z'n best met een licht hees stemgeluid. Geslaagd tweestemmig refrein. No Soap In A Dirty War begint met minimale begeleiding en bouwt mooi op richting het meerstemmige refrein om lekker stevig te eindigen.
Manifesto/People Shapers is tekstueel wat hoogdravend maar muzikaal gezien erg goed. Marsritme, strijkers en een snerende McClure. Het spacy gitaarwerk is lekker onheilspellend en zorgt voor een mooi overgang naar het tweede deel waarin McClure duidelijk maakt dat hij in ieder geval wél betrokken is; '... I'm in love with the notion, with the idea of givin' a fuck...'
Mermaids en The End zijn de enige twee albumfillers wat mij betreft, terwijl afsluiter Hard Time for Dreamers weer erg sterk is. McClure mijmert over milieurampen, de derde wereldoorlog en de terugkeer van de Tories in het Britse parlement, om veelbetekenend te eindigen in een flatliner.

Reverend & The Makers staan de Lowlands zaterdag om 13.40 in de Grolsch.

Luisteren: Silence Is Talking, Long Long Time en Hard Time For Dreamers






...LEES HIER VERDER...

woensdag 8 oktober 2008

Review: Oasis - Dig Out Your Soul

Sommige dingen veranderen nooit en dat is een geruststellende gedachte. Neem Oasis, want daar hebben we het over. Al 15 jaar lang hartstochtelijk geliefd en intens gehaat. Al 15 jaar lang produceren ze in-your-face britrock; meebrulbare anthems en prettige ballads, gebouwd op eenvoudige [euh ja, soms 'geleende'] riffs. Al 15 jaar lang vinden ze zichzelf vanzelfsprekend de beste band ter wereld, alle andere muziek 'rubbish', en blijven ze tot het einde der tijden genadeloos de vloer aanvegen met alles wat niet 'working-class' is, al hebben ze ondertussen miljoenen in de bank. Het trackrecord aan controversiele soundbites van de broertjes Gallagher zal wel nooit overtroffen worden.

Maar toch lijkt er iets veranderd. Boze Liam is jaren geleden een rustige huisvader geworden, broer Noel heeft op zijn 41 de status van 'elderly statesman' bereikt ("what can I say, I'm cursed with opinion") en anno 2008 verkent Oasis heel voorzichtig nieuwe territoria. Niks buitenissigs, het is wel Oasis... en niet buiten de eigen comfort-zone, dat zou een verwerpelijke gedachte zijn ("It took me 15 years to build one, no one's gonna f*cking drag me out of it", aldus Noel), maar toch iets van vernieuwing. En dat loont. Dig Out Your Soul is goed, erg goed zelfs.

Bij elke nieuwe Oasis gaat de vraag op of dit dan de plaat is die het niveau van Definitely Maybe en Morning Glory haalt. Of DOYS dat doet? Hoewel vorig album 'Don't Believe The Truth' al een terugkeer naar vorm was, is de vraag is nu voor het eerst in jaren weer echt relevant.

Uiteraard zijn Beatles en Kinks invloeden nooit ver weg, maar zowaar komt er hier en daar ook ee
n vleugje Pink Floyd, een snufje Doors en een flinke schep jaren '60 psychedelica om de hoek kijken. De plaat is behoorlijk stevig en groovy, met als enige rustpunt het verbluffend mooie 'I'm Outtta Time' van de hand van Liam Gallagher. Noel laat zijn songwriters hegemonie langzaam varen, wat resulteert in 3 nummers van Liam, 1 van gitarist Gem Archer en 1 van bassist Andy Bell.

Al bij de eerste tonen van de gedreven opener Bag It Up zetten de heren hun punt. Fijne binnenkome
r, zeg. Noel Gallagher is zo te horen weer even in zijn door geestverruimende middelen vertroebelde verleden gedoken. Dat resulteert in een psychedelische tekst en dito vette groove, losjes geïnspireerd op Baron Saturday van The Pretty Things. Fijne samenzang van de broers.

Het pianonummer Th
e Turning heeft een dromerige baslijn, maar ontploft in stevig gitaarwerk en pittig refrein "Come on, shake your ragdoll baby". Het nummer eindigt in een stemmig outtro opgenomen op straat in LA met politiesirenes op de achtergrond.

Persoonlijke favoriet Waiting For The Rapture leunt zwaar op een staccato baslijn en heeft een fijne partij blues in huis. Eigenlijk is het een als heavy gitaarnummer vermomde lovesong, gezongen door Noel die maar weer eens bewijst dat hij een geweldige stem heeft. Hij heeft niet de trademark-sneer van Liam maar trekt met gemak twee keer zoveel registers open.

Single The Shock Of The Lightning,
u ondertussen ongetwijfeld bekend, is een bijzonder prettig stuwende stamper, met Liam die de tekst ouderwets lekker uitspuugt "Come in come out tonight". Mét drumsolo, jawel.

Dan is het even even heel diep ademhalen voor Liam's masterpiece I'm Outta Time. Uiteraard helemaal in Lennonstijl; compleet met la-la-la intro, beatlesque gitaarwerk en Lennonsample aan het eind. Maar nooit eerder klonk Liam zo gevoelig (ik zou bijna kwetsbaar schrijven) en hadden zijn teksten een diepgang die verraad dat er achter zijn braniefaçade 'more than meets the eye' schuilt. "Can get myself some peace of mind, you know its getting hard to fly. If I'm to fall would you be there to aplaud, or would you hide behind them all
." Kippenvel.

(Get Of Your) High Horse Lady is een beetje een vreemde eend in de bijt, het lijkt bijna een improvisatie met de sterk vervormde zang (van Noel), klappende bandleden en losse bluesgroove. Het nummer eindigt in een Pink Floyd-achtig uittro; iemand die over een grindstrand loopt, meeuwen op de achtergrond. Als je het album met DVD koopt wordt onthuld dat de meeuwen aan het einde omgekeerd versneld worden afgespeeld naar het begin van Falling Down.

Waar I'm Outta Time Liam's finest moment is, is Falling Down Noel's meesterwerk van deze plaat. Wederom schitterende, breekbare zang van Noel en zowaar ook hier retrospectie. "I tried to talk to God to no avail, I called him in and out of nowhere. I said if you won't save me, please don't waste my time" Eén van de beste nummers van het album.

To Be Where There's Life van de hand van gitarist Gem is 100% Beatles, een ode aan George Harrison én -het is een wondere wereld- een Oasistrack zonder gitaar. Wel twee plastic speelgoed sitars van 12,50, opgenomen met een Abbey Road microfoon van 50.000 pond. En Noel op gong. Ik zei al...wondere wereld. Zompige bas, prettige drive. Benieuwd hoe ze dit live gaan doen.

Ain't Got Nothing On You gaat over een kroeggevecht in Munchen jaren terug, het kostte Liam zijn voortanden en eindigde in een arrestatie van de halve band. Hij is duidelijk nog steeds boos. In The Nature Of Reality is het bassist Andy Bell's beurt om zijn ziel uit te graven op zoek naar de mysteries van het leven. Gek genoeg speelt hij zelf niet mee op het nummer. De baslijn is van de hand van collega Gem en hoewel de zanglijn niet heel bijzonder is te noemen ligt er wel een ontzettend aanstekelijke riff onder.

Op de prachtige afsluiter Soldier On laat Liam nogmaals zien dat hij als liedjessmit niet onderdoet voor zijn grote broer. Verhaal is dat The Coral een demo van dit nummer vond op de computer van de studio, en niemand zich kon herinneren dat ze dit geschreven hadden, laat staan opgenomen. De plaat eindigt in een fijne partij distortion.

Dig Out Your Soul is een ijzersterke plaat, en na één dag in de verkoop is Oasis al verzekerd van een nummer 1 positie in Groot Brittanie, hun concerten verkochten binnen een uur uit en de sterren reviews vliegen je om de oren. De Manchester lads zijn aan hun tweede jeugd begonnen. Fijne tijden.

Oasis - I'm Outta Time


Oasis - Waiting For The Rapture




...LEES HIER VERDER...

woensdag 17 september 2008

Kings Of Leon - Only By The Night

Het is duidelijk waar de ambitie van de Kings Of Leon ligt. Het vierde album 'Only By The Night' is bedoeld om grote stadions mee te vullen. De heren Followil zijn er klaar voor, laat het grote publiek maar komen. En er is weinig twijfel over dat dat dat gaat lukken. 'Only By The Night' blaakt van zelfvertrouwen, en is bij vlagen ijzersterk.

Het geluid van het nieuwe album is behoorlijk gestript, en dat is een verbetering t.o.v. de voorgaande albums. De sound is teruggebracht tot het minimale waardoor de nummers, stevig geankerd in de ritmesectie, weids en groots klinken, de resonantie van een stadion is bijna voelbaar. Er is veel ruimte voor de zich continu vrijspelende gitaren en het rauwe stemgeluid van Caleb Followil.

Het eerste deel van de plaat is ijzersterk. Het is jammer dat deze belofte in het tweede deel niet helemaal wordt waargemaakt. Na track 5 'Manhattan' verslapt de aandacht en wordt het allemaal wat vrijblijvend, om zich uiteindelijk pas te revancheren in het atmosferische sluitstuk 'Cold Desert'.

Starter 'Closer' is donker en ingehouden, gevolgd door het gruizige 'Crawl'. Wat een lekker gitaarwerk zit daar in. 'Sex On Fire' heeft zich ondertussen, terecht al bewezen als grote knaller, met dank aan de stuwende drive en het o zo lekkere refrein (ondanks de op z'n minst twijfelachtige tekst).

Het radiovriendelijke 'Use Somebody' laat duidelijk horen wat de bedoeling is, en is bij voorbaat één van de prijsnummers. Fijn koortje en mooie opbouw. Ook Manhattan valt in de categorie toegankelijke rock, met een Verve-achtig intro en een aangenaam samenspel tussen de gekwelde stem van Caleb en de gitaar van zijn neef Matthew.

Daarna wordt het wat plichtmatig. In 'Revelry' is het stemgeluid van Caleb soms op het randje van zeurderig. De melodieuze baslijn in '17' is prettig, 'Notion' blijft aardig overeind door het pakkende refreintje
"Don't Knock It, Don't Knock It", maar het beklijft niet erg. 'I Want You' en 'Be Somebody' zijn zeker geen slechte nummers maar zijn voornamelijk variaties op het thema. Afsluiter 'Cold Desert' daarentegen, is met name door het melodieuze gitaartapijt en de vertwijfelde tekst van Caleb "Jesus don't love me, no one ever carried my load, i'm too young to feel this old" weer erg mooi.

Het tweede deel is beslist niet slecht, maar na een dergelijk sterk begin hoop je op even spetterend vervolg. Ach, met 6 prijsnummers en 5 gewoon goede songs is de aanschaf meer dan de moeite waard. De plaat toont dan misschien een glimpse van de valkuil: doorschieten richting makkelijke stadionrock-cliche's, ze laat vooralsnog vooral zien hoe snel en goed deze mannen uit Tennessee een eigen sound hebben ontwikkeld.

Kings Of Leon - Closer


Kings Of Leon - Use Somebody


'Only By The Night' verschijnt 23 september

In aanloop naar de release plaatsen verschijnen er gedurende de hele maand september elke dag homemade video's van KOL op hun website. Check it out

KOL home
KOL My Space

...LEES HIER VERDER...

donderdag 4 september 2008

a balladeer vertelt verhalen van de USA

In 2006 wist a Balladeer te verrassen met het prachtige debuut 'Panama', een album vol ingetogen melanchonische luisterliedjes. Sinds maandag is er 'Where Are You Bambi Woods', een plaat als een documentaire, waarop zanger Marinus de Goederen de grootsheid en het kleingeestige van de Verenigde Staten nauwkeurig observeert. Van de Texaanse biblebelt tot Wyoming, via Vegas en LA vertelt hij over gewone mensen en bijzondere verhalen.

De productie was in handen van Ronald Vanhuffel (Bløf) en Michel Dierickx (dEUS en Bløf) die goed werk hebben verricht. De plaat klinkt consistenter, de band volwassener en er is meer ruimte voor de afzonderlijke bandleden. Vooral het gitaarwerk van Meerboer, die ook banjo blijkt te kunnen spelen, treedt meer op de voorgrond. Met het gebruik van samples en soms een contrabas, banjo of accordeon zijn de arrangementen voller en scherper dan op het debuutalbum.

De plaat opent met het stevige en optimistische gitaarnummer 'Plan B': "This is me believing, this is free America. This is me believing...don't you try and save me"
Dit wordt doorgezet op 'Jesus Doesn't Love Me' met mooie tempowisseling halverwege, een stukje koor en zowaar een gitaarsolo.
Het melanchonische, met strijkers gevulde 'When Dean Was The Man', vertelt over het utopische plaatje van de American Dream. "I go for either the truth or a lie".
'Nightmare on Elm Street' begint, in tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden, liefelijk maar verandert gaandeweg in een desolaat en bijna onheilspellend nummer, met staccato drums en een mooi uitwaaierende gitaarpartij.

Het hitgevoelige 'Oh California' met banjo, piano en strijkers had niet misstaan op een Counting Crows album. Bas Kennis en Peter Slager van Bløf spelen mee op accordeon en contrabas, Charlie Dee doet backing vocals.
Via het aanstekelijk popnummer 'Mary Had A Secret' en 'Superman' komen we bij het aangrijpende 'Posterboy', waarin De Goederen het waargebeurde verhaal vertelt van Matthew Shepard, gruwelijk vermoord vanwege zijn geaardheid. De nieuwssamples maken het nummer extra grimmig.
Deze grimmigheid wordt doorgezet in de politiesirenes en neon verleidingen van 'Welcome To Vegas'. Waarna we meegenomen worden naar Hollywood waar onevenwichtige acteurs alles doen om geliefd te zijn in 'Alright Mr Demille'.

Ballad en titelnummer 'Where Are You Bambi Woods' is opgedragen aan de spoorloos verdwenen pornoactrice uit Dallas; Bambi Woods.
In afsluiter 'America, America' tenslotte, kijkt De Goederen nog één keer in retrospectief naar zijn verblijf in Texas als 16 jarige. Zijn eigen Amerikaanse droom? Het nummer ontploft halverwege veelbetekenend in een dissonante chaos.

a balladeer laat met dit tweede album opnieuw, en nog duidelijker zien dat ze ruim boven de middelmaat uitsteken. Ik hoop dat ze hiermee de weg naar het grote publiek vinden. Ze verdienen het. Het album 'Where Are You Bambi Woods' ligt sinds 1 september in de winkel. Mary Had A Little Secret is de eerste single.

a Balladeer - Posterboy


a balladeer live zien?
20 sept schouwburg Deventer (/Beth Hart)
22 Oosterpoort Groningen (/Beth Hart)
24 Carre Amsterdam (/Beth Hart)
7 okt Tivoli De Helling utrecht
10 okt. P3 Purmerend
19 okt Melkweg Amsterdam
30 okt. Luxor Arnhem

a balladeer My Space

...LEES HIER VERDER...

zaterdag 23 augustus 2008

Comeback van het jaar: The Verve 'Forth'

Gister was het zover, het lang verwachte comebackalbum 'Forth' van The Verve kwam uit, 11 jaar na succesplaat 'Urban Hymns'. Het was het lange wachten waard. De spectaculaire festivalshows lieten al zien dat The Verve herboren en in topvorm is. Ashcrofts stem klinkt ouderwets goed en gitarist Nick McCabe is nadrukkelijk op de voorgrond met zijn bezwerende gitaarspel.

'Stormy, Heavenly en Hymnal, it's like they've never been away!' schreef Uncut magazine, en zo is het. 'Forth' verenigt het beste van The Verve in zich en dat levert een inspirerende, spannende en regelmatig onheilspellende plaat op.


De spanning tussen gitarist Nick McCabe's sferische psychedelische soundscapes (a la 'Storm In Heaven') en zanger Richard Ashcroft's meer toegankelijke britpopliedjes ('Urban Hymns') is bijna voelbaar. Precies deze frictie tussen beide hoofdrolspelers, die in 1999 de voornaamste reden was voor de chaotische breuk, maakt 'Forth' tot een avontuurlijke en boeiende luistertocht.

De toon wordt direct gezet met stevige opener en kandidaat Verve-klassieker 'Sit And Wonder' een nummer geankerd in een stuwend ritme en een dreigende soundscape waarop McCabe lekker los gaat. Alsof The Verve nooit is weggeweest (zie live video hieronder).
Dit wordt gevolgd door de stampende hitsingle 'Love Is Noise', met die fijne sample en lekkere groove.

Het toegankelijke 'Rather Be' (met piano) en ook ballad 'Judas', hadden beide niet misstaan op Urban Hymns. Judas is een mooi rustpunt op de plaat, een breed uitwaaierende ballad die langzaam opbouwt naar een zwellende climax. Helaas wordt al dit moois wat tenietgedaan door de simplistische songtekst: 'She said a latte, double shot for..Judas'. De diepere betekenis zal mij wel ontgaan.

Het bluesy en lome 'Numbness' luistert als een ingehouden improvisatie. Steeds als je verwacht dat het nummer uitbarst in een knallende ontlading neem de dreigende baslijn het weer over en meandert het ingetogen verder.

Na het poppy pianonummer 'I See Houses' volgt een donkere trip met 'Noise Epic'. De titel zegt het al. 8 minuten en 14 seconden lang onheilspellende spacerock. Van de voorzichtige basnoten, het Pearl Jam achtige intro en de gesproken teksten tot een totale ontploffing op 6 minuut 29 van metal-achtige proporties, met een razende Ashcroft er boven uit: "I got S P I R I T!" Om af te sluiten met een gebiedend "Wake Up, Wake Up!"

Dit imponerende geweld wordt gevolgd door het prachtig melanchonische 'Valium Skies', een gelaagde ballad met mooi samenspel tussen strijkers en Ashcrofts stem."She got all I need. Yeah, the air I breath. When it comes to my valium skies, she don't mind if I cry"

Het bezwerende 'Colombo' met zompige basgroove, ijle gitaar en Ashcroft in falsetto is net als Numbness meer improvisatie dan song. Halverwege verandert het nummer in een symfonische Pink Floyd-achtige gitaarsolo om daarna weer terug te keren bij het begin.

De schitterende epische afsluiter 'Appalachian Spring', levert de luisteraar in melodieuze golven over aan de berustende verlatenheid waarmee Ashcroft de nog steeds aanwezige demonen van zich afzingt. "Solitude, my sacred mood. I took a step to the left, took a step to the right. I saw myself and it wasn't quite right".

Kortom; een comeback om je niet bepaald voor te schamen. Het is duidelijk dat deze hereniging niet is ingegeven door een nijpend banktekort maar door liefde voor muziek en de wetenschap dat deze vier heren samen groter zijn dan de som der delen. Wellicht is de plaat wat minder toegankelijk dan Urban Hymns, maar daarmee komt hij zeker tegemoet aan fans van de dromerige spacerock kant van de eerste twee albums.

Of er hierna nog een vijfde gaat komen moet worden afgewacht. De berichten over ouderwetse spanningen binnen de band beginnen alweer door te sijpelen. Ik hoop dat dit album, na al het festival spektakel, wel wordt vergezeld door een Europese tour want deze plaat live lijkt me een hele fijne ervaring.

'Sit And Wonder' Live @ Oxygen 2008:


'Valium Skies' (zonder beeld):


'Numbness' (fan videocollage):


'Appalachian Springs' (fan videocollage -met kleine storing halverwege-):

...LEES HIER VERDER...

donderdag 17 juli 2008

Primal Scream's mooie toekomst


'Just what is it that you want to do?

We wanna get loaded
And we wanna have a good time'


Ken je 'm nog? Loaded van Primal Scream; befaamde Schotse enfants terribles en grootverbruikers van recreationele middelen. Begin jaren '90 veroverden ze de wereld met hun mix van garagerock en acid house. Inmiddels zijn we bijna 20 jaar verder en zijn de heren respectabele veertigers. Maandag brengen ze hun negende studioalbum 'Beautiful Future' uit.

De nieuwe CD is volgens de officiële press release "a heady mix of genre crunching taking in Philly soul, dark electro, accelerated rock'n'roll riffs and pure British pop, all given that particular Scream edge". Nou dat dus. Zanger Bobby Gillespie doet er wat minder ingewikkeld over en noemt het een popplaat met glamrock invloeden (kijk aan, glamrock mag weer).

Veel electro zit er tegenwoordig inderdaad niet meer bij. Uitzondering is 'I Love To Hurt' met gastvocalen van Lovefoxx (CSS). Een aardige bijdrage is die van überrocker en notoir scheldkanon Josh Homme (QOTSA) die een pittige gitaarpartij toevoegde aan 'Necro Hex Blues'. Dit is gelijk een van de betere nummers van de plaat, samen met titeltrack 'Beautiful Future' en single 'Can't Go Back'.

Voor het overige is de plaat een vreemde mix van middelmatige eightiespop. Tekstueel is het allemaal ook al niet heel interessant; donkere sociale bespiegelingen, weinig geloofwaardig uit de mond van uptowner Gillespie, en de gebruikelijke drugsreferenties die er ook niet echt lekker invallen, als een 46-jarige vader van twee zingt: I stuck a needle in my baby's heart, she looked so hot and sexy".
Je kunt Primal Scream nageven dat ze nooit bang zijn om nieuwe richtingen uit te proberen, maar deze bubblegum-pop had van mij niet gehoeven.

Luister naar 'Necro Hex Blues':

Hier krijg je een Primal Scream track cadeau (die overigens niet op het album staat)

...LEES HIER VERDER...

Retrorock van Albert Hammond Jr.


Het is al een tijdje stil rond New Yorkse garagerockers The Strokes. Pas volgend jaar is de opvolger van 'First Impressions Of Earth' uit 2006 gepland. Ondertussen zit Strokes-gitarist Albert Hammond Jr. gelukkig niet stil. Op 7 juli kwam zijn tweede soloplaat uit; Cómo te Llama?

Niet gehinderd door enige voorkennis omtrent zijn eerste album, kreeg ik 'Como Te Llama?' in handen. De plaat ademt onvervalste jaren '70 retrorock; 'guitardriven' en melodieus, tikje melanchonisch, met zo af en toe een flink scherpe rand, een vette 'Strokes' hook of poppy refreintje. De songteksten zijn kort maar treffend en Hammonds zang heeft een typisch jaren '70 stemfilter, zoals ook gebruikt op de eerste twee Strokes albums.

Opener 'Bargain Of A Century' is direct lekker; repeterende gitaarsalvo's en een ouderwetse solo op 3/4 van de track. Dit wordt voortgezet in 'In My Room'. Vervolgens valt 'Lisa' er wat raar in met een drumcomputer. 'GfC' is de eerste single van de plaat en één van de meest poppy nummers, met een aanstekelijk refreintje (All the while...All the while...I want my frustrations To know that you are allright).
Hoogtepunt is het drietal 'The Boss Americana', 'Rocket' en 'Victory At Monterrey'. Ouderwets lekkere rockers, gebouwd rondom doeltreffend eenvoudige gitaarriffs en refrein. Met het donkere, edgy 'Rocket' als uitschieter.

Vervolgens zakt de plaat een beetje in met 'You Wont be Fooled' en vooral 'Spooky Couch', een zinloos 7 minuten durend instrumentaal stuk zonder kop of staart. Daarna neemt de plaat een verrassende wending met reggaenummer(!) 'Borrowed Time'. Geloof het of niet maar Hammond Jr. komt er goed mee weg. Ook 'Miss Myrtle' heeft een lichte latin invloed, om uiteindelijk af te sluiten met pianoballade 'Feed me Jack'.

Voor: lekkere ongecompliceerde retrorock, verzacht het lange wachten op een nieuw Strokes album aanzienlijk
Tegen: ondanks de stijlwisselingen is het niet echt een gedurfde plaat.

Klik voor single 'GfC'

...LEES HIER VERDER...

woensdag 16 juli 2008

Giovanca: Exotische Nedersoul


Ineens stond ze op het podium in Paradiso, tussen de rockers op leeftijd, tijdens de Nacht van de Glamrock. Een exotische schone met een imposante stem; Giovanca Ostiana. Ze zong 'The man who sold the world' van Lulu & David Bowie, met Huub van der Lubbe.

Ik weet het, guilty pleasure dat glamrock, maar als excuus kan ik opvoeren dat mijn gitaardocent in de band speelde. Een rondje internet leert dat Giovanca al wat langer meedraait, bijvoorbeeld in de Tribute2BobMarley band en als achtergrondzangeres van Wouter Hamel. Ze is Serious Talent bij 3FM en stond dit weekend op North Sea Jazz. Ze schrijft bovendien haar eigen teksten, is drs. in de orthopedagogiek en ook nog model. Een getalenteerde dame.

Haar debuutalbum, 'Subway Silence' kwam in maart uit en is een zwoele laidback mix van pop, soul, funk en een snufje latin. Het luistert allemaal lekker weg, maar echte uitschieters zitten er niet tussen. De plaat doet een beetje denken aan de lounge-compilaties van bv. Hotel Costes. Niet dat daar iets mis mee is natuurlijk. De nummers liggen prettig in het gehoor met her en der een fijne ritme-break of verrassende sample ('Free'). Ook duikt er regelmatig een dwarsfluit op. En als Giovanca zingt dwaal je als vanzelf af naar zwoele zomeravonden. Wat wil je nog meer.

Bekijk hier de video van single 'On My Way'



Meer horen? Check Giovanca.nl en Giovanca's My Space

...LEES HIER VERDER...

vrijdag 11 juli 2008

The Rascals - Rascalize


Miles Kane en zijn Rascals hebben op London Calling
m'n hart gestolen. Drie brutale Noord-Engelse schoffies
die ontspannen en met achteloos gemak
een stomende geluidsmuur over de verblufte zaal uitstortten.


Nog voor The Rascals hun debuut uitbrachten verwierf Kane al bekendheid met het redelijk briljante sideproject The Last Shadow Puppets, naast onvolprezen Arctic Monkeys' frontman Alex Turner.

Na het beluisteren van debuut 'Rascalize' wordt de enorme invloed van Kane op The Last Shadow Puppets pas goed duidelijk. De opbouw en melodie van de nummers is regelmatig vergelijkbaar. Maar waar The Puppets zich -plezierig- te buiten gaan aan strijkorkesten en melodieuze sixtiespop zijn The Rascals onstuimig en donker. Venijnige riffs en stevig gitaarwerk ('Freakbeat Phantom', 'Out Of Dreams'), maar ook gelaagd en melodieus ('Fear Invicted..'/ 'I'll Give you Sympathy'). Meestal alles binnen één nummer waardoor je soms de draad even kwijt bent, maar nooit de interesse. Daaroverheen spuugt Kane zijn bespiegelingen uit. Aangenaam en bij vlagen bijtend.

Beluister ze hier of bewonder ze deze zomer op Lowlands.
Ik ben alvast voor.



...LEES HIER VERDER...